| Faeröer eilanden: reisschema & algemene reisinfo | |||||||||||||||||
- Atlantic Airways - ferry - accomodatie - alcohol - grienden - walvisjacht - Sea Shepherd |
dag 1: Bordoy, Vidoy en Kunoy (The Northern Islands) dag 2: Vagar dag 3: Mykines dag 4: Streymoy (Vestmanna) en Eysturoy dag 5: Eysturoy dag 6: Suduroy dag 7: Suduroy dag 8: Eysturoy dag 9: Eysturoy Vanuit Schiphol vliegen meerdere luchtvaartmaatschappijen naar Kopenhagen en vise versa. Atlantic Airways, nationale luchtvaartmaatschappij van de Faeröer, verzorgt exclusief de vluchten van en naar de eilanden. Verschillende bronnen gaven aan dat deze maatschappij geen afspraken heeft met andere maatschappijen om bagage door te sluizen, maar er bleken wel degelijk afspraken te zijn met de KLM en Scandinavian Airlines; onze bagage werd "doorgelabeled" naar de eilanden en op de terugweg naar Amsterdam. Vága floghavn ligt op het eiland Vágar in het zuidwesten van de eilandengroep. Het zou logisch zijn geweest om hier de rondreis te starten (i.p.v. in het noorden) of te eindigen. Maar er waren blijkbaar nogal wat evenementen op de eilanden in de periode dat wij er waren waardoor het lastig was om, in het toch al beperkte aanbod van accommodaties, beschikbaarheid te vinden.
Van de 18 eilanden zijn er 6 met elkaar verbonden via tunnels en bruggen: Vágar, Streymoy, Eysturoy, Borðoy, Viðoy en Kunoy. De overige eilanden zijn per ferry en/of helicopter te bereiken. De routes en tijdschema's van de ferries zijn te vinden op de website www.ssl.fo. Alleen de ferries naar Suðuroy, Sandiy en Kalsoy nemen auto's mee. Het is niet mogelijk om vooraf te reserveren; gewoon in de rij gaan staan dus. Alleen Lítla Dímun, het kleinste en enige onbewoonde eilandje van de Faeröer, is nauwelijks te bereiken. Blijkbaar wordt er voor belangstellenden 2 keer per jaar een boottocht naar dit eilandje georganiseerd, maar verder is er geen vervoer geregeld. De eilanden hebben een goed wegennetwerk. Het is dan ook heel makkelijk om per auto te reizen. Het is wel even opletten dat sommige tunnels onverlicht zijn en/of maar één rijstrook hebben met uitwijkmogelijkheden bij tegemoet komend verkeer. Er zijn twee sub-sea tunnels, één tussen Vágar en Streymoy en één tussen Esturoy en Borðoy, waar tol wordt geheven. Huurauto's zijn voorzien van een chip waardoor deze tol direct verrekend wordt. Een ander punt van oplettendheid: de vele schapen. Er zijn ongeveer 2x zo veel schapen als inwoners en ze komen echt overal voor. Vaak liggen of lopen ze langs de weg en met name lammetjes hebben nog wel eens de neiging om ineens de weg over te schieten als ma aan de overkant staat.
Zoals al aangegeven is accommodatie schaars. Er zijn maar weinig dorpjes met een mogelijkheid tot overnachting en vaak is de aanwezige accommodatie aardig gedateerd. Met uitzondering van in Tórshavn, valt het ook niet altijd mee om een restaurant te vinden. Maar een pizza eten is bijna overal mogelijk; men lijkt hier werkelijk dol op pizza! Op het eiland Suðuroy, bijvoorbeeld, is dat zo'n beetje het enige wat er buiten de deur wordt geserveerd. Ook op de andere eilanden vinden pizza's gretig aftrek; zelfs de "formele" restaurants bieden "take away" pizza. Vrijwel alle eetgelegenheden bieden de mogelijkheid een wijntje of een ander alcoholisch drankje bij het eten te drinken. Buiten de horeca is alcohol alleen verkrijgbaar in een aantal staatswinkels, Rúsdrekkasøla Landsins genaamd (www.rusan.fo). Voor de inwoners van de Faeröer eilanden is de consumptie van het vlees van grienden, een grote dolfijnensoort in het Engels pilot whales genoemd, de normaalste zaak van de wereld. Volgens de reisgids Bradt 'Faroe Islands' worden er ieder jaar ongeveer 900 exemplaren van deze niet bedreigde diersoort gevangen. Voor de locals dus geen bijzonderheid, voor ons toch een behoorlijke schok toen we geslachtte grienden zagen liggen op een werf op het eiland Vágar. Volgens de organisatie Sea Shepherd betrof het 150 dieren. Met betrekking tot de jacht op deze dolfijnen heeft een officiële site van de eilanden www.whaling.fo een ander verhaal dan de site van Sea Shepherd.op 24 juli 2015 meldt de NOS op haar website nog een slachting: Dolfijnenslachting bij Faeröer-eilanden op video vastgelegd Inwoners van de Faeröer-eilanden hebben de afgelopen dagen zeker 250 grienden gedood. Activisten van de dierenwelzijnsorganisatie Sea Shepherd bezochten de jaarlijkse slachting van de dieren en filmden wat er gebeurde. Grienden zijn een soort dolfijnen. De zeezoogdieren trekken iedere zomer langs de Faeroër-eilanden, een eilandengroep tussen Groot- Brittannië en IJsland. Inwoners van de eilanden jagen de dieren op in kleine boten, in de richting van een paar stranden. Daar worden ze opgewacht door andere Faeroërders die het water inlopen en de dieren doodsteken met speren. Het doden van grienden en andere dolfijnen is een traditie voor de lokale bewoners. Het gebeurt al honderden jaren en is toegestaan door de regering. De eilandbewoners eten het vlees en het vet van de dieren. Het staat er al eeuwenlang op het menu, mede doordat er weinig gewassen kunnen groeien op de rotsige eilanden. Organisaties als Sea Shepherd proberen daar iets aan te doen, onder meer door beelden te maken van de slachting en die te verspreiden. Op de bloederige beelden is t e zien hoe de grienden in de haven aankomen en worden gedood. Zeven activisten werden opgepakt tijdens de actie. |